Nieuwsflash: Omzetting Europese Richtlijn sleutelt aan artikel 17 van de arbeidsovereenkomstenwet

Met het oog op de omzetting in nationale wetgeving van Richtlijn 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (Hierna: “de Richtlijn”), heeft de Kamer op 19 juli 2018 een wetsontwerp aangenomen en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.

De Richtlijn strekt ertoe de bepalingen van de Europese landen betreffende de bescherming van de bedrijfsgeheimen te harmoniseren, teneinde in eenzelfde niveau van bescherming te voorzien in de hele EU.

Een bedrijfsgeheim omvat de knowhow van een onderneming, de fabrieks- of zakengeheimen of bepaalde andere informatie van een onderneming, die geheim is en die daarom een commerciële waarde heeft. Onder de druk van onder meer de toenemende uitbesteding, de globalisatie en het gebruik van informatietechnologie, is er een grote nood aan een goede rechtsbescherming van het economisch belangrijk bedrijfsgeheim.

Het Belgische recht kent vandaag geen algemeen wettelijk kader voor de bescherming van de bedrijfsgeheimen. Bovendien is het niet altijd mogelijk of wenselijk om bedrijfsgeheimen te beschermen door middel van een octrooi of een ander intellectueel eigendomsrecht. Wel kent de Belgische wetgeving een aantal wettelijke bepalingen die toelaten om in bepaalde situaties op te treden tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen:

  • De arbeidsovereenkomstenwet en meer specifiek de bepaling 3° van artikel 17 gebiedt de werknemer die in het kader van de uitoefening van zijn functie geïnformeerd is over fabrieksgeheimen of zakengeheimen zich ervan te onthouden om deze geheimen openbaar te maken. Deze verplichting geldt zowel tijdens de arbeidsovereenkomst als bij de beëindiging ervan.

  • Het Wetboek van economisch recht en meer specifiek artikel VI. 104 sanctioneert elke daad van oneerlijke concurrentie.

  • De leer van de onrechtmatige daad uit het Burgerlijk wetboek en de bepalingen in verband met het misbruik van vertrouwen uit het Strafwetboek kunnen in bepaalde omstandigheden eveneens soelaas bieden.

Gelet op de aanwezigheid van een aantal bepalingen in het Belgisch recht en het versnipperde karakter van deze, is het niet aangewezen om ter omzetting van de Richtlijn in een op zichzelf staande wettekst te voorzien. De aangenomen wet voorziet daarom in een aantal wijzigingen aan het Wetboek van economisch recht, aan het Gerechtelijk wetboek en aan artikel 17, 3° a) van de arbeidsovereenkomstenwet.

Op dit ogenblik definieert artikel 17, 3° a) van de arbeidsovereenkomstenwet de begrippen fabrieksgeheim en zakengeheim niet. Bij gebreke aan wettelijke definitie is het vaststaande rechtspraak van het Hof van Cassatie dat het aan de rechter is om te oordelen of het element dat hem/haar wordt voorgelegd een fabrieksgeheim of een zakengeheim uitmaakt.

De aangenomen wet wijzigt artikel 17, 3° a) van de arbeidsovereenkomstenwet in die mate dat het voortaan gewag zal maken van het begrip bedrijfsgeheim, zoals gedefinieerd door de Richtlijn. De Richtlijn strekt er namelijk in het bijzonder toe een homogene definitie van het begrip bedrijfsgeheim vast te stellen. De Belgische wetgever koos ervoor om de definitie van de Richtlijn over te nemen. Die definitie kwalificeert een geheim als een bedrijfsgeheim wanneer het voldoet aan drie cumulatieve voorwaarden: (i) de informatie bevat handelswaarde, (ii) de informatie is geheim en (iii) de informatie moet onderworpen zijn aan redelijke veiligheidsmaatregelen teneinde ze geheim te houden.

Tot slot stelt de Richtlijn regels vast om bedrijfsgeheimen tegen onrechtmatige verkrijging, gebruik en openbaarmaking te beschermen. De werknemer zal er toe gehouden zijn om alle bepalingen uit het Wetboek economisch recht, die de omzetting van de Richtlijn betreffen, na te leven. Die bepalingen strekken ertoe de werknemer niet enkel te verbieden om de bedrijfsgeheimen openbaar te maken, maar ook om ze op onrechtmatige wijze te verkrijgen. In dit verband wijzigt de aangenomen wet artikel 17, 3° a) van de arbeidsovereenkomstenwet ook in die zin door voortaan duidelijk te verwoorden dat de bescherming van het bedrijfsgeheim de werknemer zowel verbiedt bedrijfsgeheimen openbaar te maken als ze op onrechtmatige wijze te verkrijgen.

Volgens de parlementaire voorbereiding heeft de wijziging van voornoemd artikel niet tot doel de draagwijdte van de gerechtelijke uitspraken uit te breiden of te beperken. De hogervermelde wijzigingen zouden met andere woorden voor de praktijk geen grote veranderingen met zich mee mogen dragen.

 

Gepubliceerd in: